~Kids met CD-ODD en ADHD~

Tips voor de opvoeding!


Beïnvloeding vanuit de opvoeding
Het uitgangspunt hierbij is dat ongewenst en gewenst gedrag van het kind in stand wordt gehouden door de wijze waarop volwassenen ermee omgaan. Ongewenst gedrag zoals zich verzetten tegen verboden wordt beloond als volwassenen zwichten voor dit verzet; hierdoor zal dit gedrag vaker voorkomen. In de behandeling is het nodig dat de ouders leren het gedrag van het kind beter te beïnvloeden. Zo leren zij consequent te reageren op ongewenst en gewenst gedrag van hun kind. Ouders leren op gewenst gedrag van hun kind te reageren met iets prettigs, zoals een complimentje geven als hun kind op een vraag om bijvoorbeeld speelgoed op te ruimen na enige aarzeling de eerste beweging in de gewenste richting maakt. Ouders leren op ongewenst gedrag van hun kind te reageren met iets vervelends, zoals geen aandacht besteden aan gezeur om iets te krijgen waarvan al eerder gezegd werd dat dit nu niet kan, of apart zetten (op de gang) nadat het jongere zusje werd geslagen. Andere opvoedingsvaardigheden die van belang zijn om zich eigen te maken, zijn de problemen van hun kind bespreken vanuit het gedrag dat waargenomen wordt en niet vanuit de gevoelens die dit gedrag oproepen, op een goede manier opdrachten geven, het invoeren en hanteren van huisregels, op de hoogte blijven van het doen en laten van het kind als het uit zicht is. Deze vaardigheden komen aan bod in de oudergroep voor opvoedingsvaardigheden. Als de behandeling plaatsvindt in een kinderpsychiatrische dagkliniek of kliniek, of in een instelling voor jeugdhulpverlening, dan gebruikt ook de groepsleiding deze vaardigheden.

Vaardiger worden in het oplossen van alledaagse problemen
Kinderen met disruptieve gedragsstoornissen missen vaardigheden in het contact met anderen en in het verstandig oplossen van de problemen van alledag. In groepsverband leren ze vaardigehden in de communicatie, zoals de andere persoon aankijken, goed luisteren, de andere persoon uit laten praten en als je het met hem of haar niet eens bent dit op een rustige manier zeggen. Ze leren oog te hebben voor de gevoelens van andere personen en mee te voelen met bijvoorbeeld het verdriet van ee nander. Ze leren moeilijke situaties juist in te schatten, na te denken wat een handige aanpak zou kunnen zijn en die toe te passen. Moeilijke situaties zijn bijvoorbeeld uitgelachen worden, niet mogen meedoen met een spel of uitgedaagd worden om te vechten. Deze situaties roepen woede op en een hieruit voortvloeiende onbeheerste (impulsieve) maar onverstandige reactie zoals schelden of slaan. Ze leren dus hun woede te beheersen en na te denken over handigere oplossingen.
Dit alles leren kinderen in de groepstraining sociale probleemoplossing. Van bij het begin is het nodig met de kinderen te werken aan hun probleemerkenning. Als het aan hen ligt is er niets aan de hand, of in ieder geval minder dan de volwassenen denken, en als er al een probleem is dan ligt dat aan de ander. Het is dus van groot belang de kinderen probleembesef bij te brengen, het eigen aandeel te leren erkennen en te leren verantwoordelijkheid te dragen voor het eigen gedrag. Het voordeel hiervan is dat de kinderen dan meer invloed kunnen uitoefenen op de conflicten waarvan ze het gevoel hebben dat hen die overkomen. Tenslotte zijn kinderen niet geneigd om wat ze in een training opsteken toe te passen in het leven van alledag. Het is nodig dat de ouders de kinderen helpen om van de geleerde vaardigheden gebruik te maken en als dat lukt ze hiervoor te prijzen. Ook de groepsleiding doet dit als de behandeling in een kinderpsychiatrische dagkliniek of kliniek plaatsvindt, of in een instelling voor jeugdhulpverlening.

Prijzen en belonen
Het is mogelijk gedrag te veranderen door het geven van een beloning of door het kind te prijzen. Voorbeelden van een beloning zijn bijvoorbeeld een kadootje, wat later naar bed of een tv programma mogen kijken. Voorbeelden van prijzen zijn knuffelen of complimentjes geven.

Bij prijzen en belonen is het belangrijk op het volgende te letten:
- Zeg duidelijk wat je nou precies zo fijn vindt van je kind.
- Probeer regelmatig te belonen of te prijzen, niet alleen maar af en toe.
- Belonen of prijzen moet je direct doen, dus niet te lang wachten. Dan is het kind al weer vergeten waar het een beloning voor krijgt.
- Hoe belangrijker de persoon voor het kind is, hoe meer effect het prijzen van die persoon heeft op het kind. Als je moeder trots op je is, heeft dat meer effect dan een vreemde.
- Probeer zoveel mogelijk positief te benaderen; zeg dus liever dat je zo blij bent dat je kind ein-de-lijk zijn kamer heeft opgeruimd, dan "Het werd onderhand tijd dat je je kamer ging opruimen. Waarom heb je dat niet eerder gedaan?"

Geef niet op als je kind de complimentjes afwijst.

Instructies geven
Voordat je een instructie geeft (bijvoorbeeld; hang je jas op, of ga je kamer opruimen), moet je je eerst de volgende twee dingen realiseren:
Weet je zeker dat je de instructie uitgevoerd wilt zien, ook als het kind niet toegeeft? Als de instructie niet belangrijk genoeg is, geef dan geen instructie.

Onhandige instructies
Denk na over het tijdstip waarop je de instructie geeft. Als het kind net met iets bezig is waarvan je hebt gezegd dat dat goed was, is het beter om even te wachten tot het kind daarmee klaar is. Je moet er bovendien zeker van zijn dat het kind je hoort.

Beladen instructies.
Dit zijn instructies waarbij er veel te veel wordt uitgelegd door de volwassene. Bijv: "Jan, trek een trui aan voordat je naar buiten gaat want het is koud buiten en dan vat je misschien kou en dan moet je thuis blijven en raak je achter met school". Het kind zal al deze informatie niet kunnen bevatten en is aan het eind van je zin allang vergeten dat hij zijn trui moet aantrekken.

Ketting instructies.
D.w.z. teveel instructies achter elkaar. Bijv: "Ga naar je kamer en ruim je rommel op en maak je bed op. Zet ook even het huisvuil buiten en maak een boterham voor je kleine broertje". Ik zelf laat mijn zoon altijd na elke (kleine) opdracht terugkomen om te zeggen dat hij ermee klaar is. Dit geeft me tevens de kans hem een compimentje te geven, waarna hij met frisse moed weer zal beginnen aan zijn volgende klusje.

Vragende instructies
Waardoor het lijkt alsof het kind een keus wordt gesteld en "nee" mag zeggen. Bijv: "Denk je niet dat je de tv uit moet zetten en dat je je huiswerk moet gaan maken?"

Vage instructies
Die niet aangeven wat de volwassene precies van het kind wil; bijv. "Hou eens op. Gedraag je!"Vage instructies "laten we.... " instructies waardoor het lijkt alsof de ouder mee gaat doen, terwijl het de bedoeling is dat het kind zelfstandig iets uitvoert. Bijv: "Laten we je kamer op gaan ruimen". Instructies die van een afstand worden geroepen. Bijv. "Zet de radio eens zachter!!!!!" (naar boven geroepen).

Waar moet je op letten bij het geven van instructies?
Verzeker je ervan dat je kind in staat is om je instructie op te volgen.

Geef je instructie als één directe uitspraak: Jan raap je speelgoed op van de grond alsjeblieft.

Blijf je kind met respect behandelen. De instructie kan worden voorafgegaan of gevolgd door alsjeblieft zonder daarbij te smeken.

Als je uitleg wilt geven aan je instructie, geef die uitleg dan vooraf. Bijv. "Jan het regent buiten en ik wil niet dat je nat wordt. Ga je regenpak maar aantrekken."

Geef de instructie slechts 1 maal

De instructie moet worden opgevolgd door 5-10 seconden stilte. Dat wil zeggen geef geen argumenten of uitleg meer nadat je je instructie hebt gegeven. Het kind moet binnen deze 10 seconden begonnen zijn met de uitvoering van de instructie. Als dit niet werkt kun je de instructie nogmaals geven.

Negeren
Ongemerkt zal je kind door de dag heen een hoop negatieve aandacht krijgen. Het lijkt wel alsof hij je continu uitdaagt. Bijvoorbeeld wanneer hij weer tegen het muurtje staat te schoppen met zijn nieuwe schoenen en je voor de zoveelste keer vraagt, smeekt, schreeuwt of hij dat alsjeblieft niet wil doen. Op dat moment heeft hij je aandacht te pakken, en waarschijnlijk stond je net even gezellig met de buurvrouw te kletsen. Dit gedrag negeren zorgt ervoor dat je kind niet die negatieve aandacht krijgt. Waarschijnlijk zal hij in eerste instantie nog meer zijn best gaan doen om je aandacht te trekken. Op den duur zal dat echter minder worden (althans; in de meeste gevallen!).