~Kids met CD-ODD en ADHD~

ODD : Oppositional Defiant Disorder. In het Nederlands: 'oppositioneel opstandige gedragsstoornis.'


Andere gedragsstoornissen. Daar staat dan bij NOS.
In het Nederlands: 'niet anders omschreven'. (net als bij PDD-NOS)

Kinderen met ODD vallen op omdat ze :
*dikwijls hun geduld verliezen
*vaak met volwassenen in discussie gaan
*de regels die door volwassenen worden gesteld aan hun laars lappen
*vaak anderen ergeren
*anderen de schuld geven van hun eigen fouten
*gauw geraakt zijn door anderen
*snel kwaad worden en zich beledigd voelen
*zich wrokkig, nijdig en boosaardig gedragen
*dikwijls vloeken en grove taal gebruiken

Dit gedrag heeft ieder kind en iedere volwassene wel eens. Je kunt pas spreken van Oppositionele stoornis als het kind heel vaak heel veel van deze gedragingen vertoont. Dat kan alleen een kinderpsychiater goed beoordelen. Een oppositionele gedragsstoornis wordt onderscheiden van een zgn. Conduct Disorder (gedragsstoornis). Bij ODD is opstandig, ongehoorzaam gedrag aanwezig, maar is agressief, gewelddadig gedrag afwezig.

ODD gaat vaak samen met:
- leerproblemen
- stemmingsproblemen
- hyperactiviteit
- verslaving

Kenmerk van een gedragsstoornis is dat het lastig te behandelen is omdat:
-het kind over het algemeen weinig probleembesef heeft (als dit ook bij de ouders zo is wordt het extra moeilijk)
-het kind de schuld van het probleem dikwijls bij anderen legt (niet hij is lastig maar hij wordt uitgelokt)
-er in eerste instantie winst is met oppositioneel gedrag (de omgeving is bang, geeft toe, het kind kan de omgeving naar zijn hand zetten)

Behandeling van een gedragsstoornis is wenselijk op zo vroeg mogelijke leeftijd. Naarmate de conflicten en frustraties langer bestaan is het meer in het gedrag ingeslepen en is het moeilijker het gedrag om te buigen in de goede richting. Zoals de meeste (kinder-) psychiatrische stoornissen werden ook gedragsstoornissen vroeger behandeld met psychoanalytische therapie. De gedachte was dat een kind door nauw contact met de therapeut zijn 'vroegere trauma's' kan verwerken en daarna met een schone lei verder door het leven kan gaan. Veel overtuigend bewijs is hiervoor nooit gevonden.

Eind jaren zestig werd begonnen met gedragstherapie. Vanaf het midden van de jaren tachtig werd steeds duidelijker dat deze behandelingen meer resultaat opleverden dan de psychoanalyse. Gedragstherapie is gebaseerd op operante leerprincipes (oorzaak en gevolg leren). Het gaat dan, grofweg gezegd, om het aanleren van gewenst gedrag en het afleren van ongewenst gedrag. Er zijn daarvoor de laatste jaren verschillende methoden ontwikkeld. O.a. Cognitieve therapie kort gezegd: leren denken over mogelijke oplossingen.

Bv. De stop-look en listen therapie van Meichenbaum die veel wordt toegepast bij ADHD. Er is nog haast geen onderzoek dat aangeeft wat bij de behandeling van ODD het meeste resultaat geeft. Over het algemeen kan gezegd worden dat ouderbegeleiding samen met medicatie de meeste kansen biedt.

Medicatie
Er bestaat (nog) geen medicatie voor gedragsstoornissen. Medicijnen worden vooral toegepast wanneer sprake is van bijkomende problemen zoals bijvoorbeeld ADHD of depressiviteit.

Medicatie bij gedragsstoornissen wordt onderscheiden in:
-medicatie in crisissituatie ( om acuut gevaar af te wenden)
-medicatie voor chronische situaties om patronen te doorbreken.
-Er worden medicijnen voorgeschreven voor ADHD voornamelijk psychostimulantia zoals methylfenidaat (Rilatine).
-Er worden medicijnen voorgeschreven voor depressiviteit, de antidepressiva zoals bijvoorbeeld desipramine (Pertofran).
-Er worden medicijnen voorgeschreven voor chronisch agressief gedrag. Dit zijn medicijnen uit de groep van de neuroleptica zoals bijvoorbeeld pipamperon (Dipiperon) of in zwaardere gevallen thioridazine (Melleril).
-Er worden voorts ook medicijnen voorgeschreven uit de groep van de medicatie voor epilepsie (de anticonvulsia) bv. carbamazepine (Tegretol).
-En tenslotte worden er ook medicijnen voorgeschreven uit de groep van de Bčtablokkers bvb: propanolol (Inderal).